Welkom » Over gewicht

Wanneer heb je overgewicht? 

Overgewicht heeft twee belangrijke kenmerken, die samen moeten voorkomen:

een te hoog lichaamsgewicht in verhouding tot de lichaamslengte én

een te grote vetvoorraad

 

Vocht en spieren kunnen ook oorzaak zijn van een te hoog lichaamsgewicht, maar dan is er nog geen sprake van overgewicht. 

Body mass index

De verhouding tussen je lichaamsgewicht en je lengte bereken je door je gewicht te delen door je lengte in het kwadraat.

Deze formule heet de body mass index, kortweg BMI.  Stel je weegt 85 kilo en bent 1.69, dat betekent: 85 / 1.69 /1.69 = 29,7

 

Ligt de uitkomst van jouw berekening tussen de 18,5 en 25 heb je een gezond gewicht. Tussen 25 en 30 is er sprake van overgewicht. Boven de 30 spreek je van obesitas. Een uitkomst lager dan 18,5 duidt op ondergewicht.

Vetpercentage

Er zijn verschillende manieren vetpercentage te meten. Ik maak gebruik van de BIA-Methode (bio-elektrische Impedantie Analyse). Meetapparatuur stuurt een niet voelbaar ongevaarlijk stroomsignaal door het lichaam. Met dit stroomsignaal wordt de weerstand in het lichaam gemeten en de samenstelling van het lichaam snel en nauwkeurig bepaald. (Dit is niet geschikt voor mensen met een pacemaker.) Naast het vetpercentage worden ook onderstaande percentages gemeten:

spiermassa

botmassa

vochtgehalte

visceraal vet

metabolische leeftijd  

Middelomvang

De middelomvang meting geeft een indicatie van de hoeveelheid vet die zich rondom de organen bevindt (visceraal vet). Van alle metingen blijkt de middelomvang de beste indicator te zijn van het ontstaan van gezondheidsrisico's.

In de buik vinden veel stofwisselingsprocessen plaats. Deze processen worden door allerlei factoren beïnvloed: zoals water en vet. Het vet in de buikholte is erg actief, daardoor is het risico op fouten in deze processen mogelijk groter. Daarnaast lijkt de hormoonbalans door buikvet verstoord te raken en gaat het vet rondom de organen zitten. Ook dit zou de stofwisseling aan kunnen tasten.

Voor vrouwen geldt dat de middelomvang tussen de 69 cm en 80 cm moet zitten. Tussen de 81 en 88 is het belangrijk op gewicht te blijven. Boven de 88 cm is er een verhoogd gezondheidsrisico. 

Voor mannen moet de middelomvang tussen de 80 cm en 94 cm zitten. Tussen de 95 cm en 102 cm is het belangrijk op gewicht te blijven. Boven de 102 cm is sprake van een verhoogd gezondheidsrisico.